woensdag 6 september 2017

STARING VAN DE WILDENBORCH OVER DE WITTE WIEVEN

A.C.W.Staring, die de Wildenborch in de Achterhoek bewoonde, schreef in 1837 twee verhalen over witte wieven. Een notitie van hem van zeven jaar eerder doet vermoeden dat hij zijn oor te luisteren had gelegd bij boeren in de omgeving. Een feit is dat 'zijn' verhalen in allerlei varianten werden verteld in de Achterhoek, Twente en Drenthe. In ieder geval was Staring de eerste die verhalen over witte wieven schreef. Voor zijn tijd was er alleen maar sprake van losse vermeldingen in kronieken. Archeologen die in de tweede helft van de 19e eeuw in de Achterhoek toevallig blootgelegde resten van prehistorische begraafplaatsen blootlegden kregen vaak van graaflieden uit de omgeving te horen dat het plekken waren waar verhalen over witte wieven de ronde deden. In de meeste overleveringen werden witte wieven uitgedaagd door in de herberg als gevolg van te veel drank overmoedig geworden boeren en door lieden die met weddenschappen hun moed wilden bewijzen door de wieven te tarten. Slechts enkele verhalen gingen over boerinnen die door de wieven ontvoerd waren en dan waren er ook nog overleveringen over mensen die de grafheuvels betreden hadden en een merkwaardige wereld hadden gezien Zo'n verhaal speelde zich af bij de Scheleguurtsjesbelt, dicht bij het landhuis van Staring. Hij schreef in 1830 hoe veertig jaar eerder een arbeider daar een vreemd avontuur beleefde:'Hij ging er op een nacht, in zijne eenzaamheid, digt langs, en wat vernam hij. De heuvel had eenen openstaanden toegang gekregen. Als met geweld daarin getrokken, zag onze man een verlichte ruimte en temidden van dezelve een tafel, pronkende met kandelaars, bekers, enz., alles van louter zilver. Hoe hij werder van deze plaats wegraakte, herinnerde ik mij niet, maar dat hij van het geziene zilver niets tot aandenken had medegekregen, stel ik vast, want ik heb hem tot zijn dood toe, nooit rijk genoeg gekend, om in de kroeg meer te besteden dan zijne daghuur.' Volgens de overlevering hebben verschillende mensen die heuvel wel eens open gezien. Als zij naar binnen keken zagen ze kostbaar gedekte tafels waarop zilveren kandelaars met brandende kaarsen stonden. 'Witte wieven en elfen, fluisteringen uit de Andere Wereld'- Ruud Borman. Uitgeverij A3 boeken te Geesteren.

EEN MYSTERIEUZE PLAATS OP HET LANDGOED DE BYVANCK













Dicht bij het dorpje Beek, aan de westflank van Montferland, ligt het landgoed de Byvanck. Volg vanaf Arnhem de snelweg naar Duitsland, neem de laatste afslag in Nederland naar Beek en parkeer de auto na enige honderden meters rechts bij de bosrand of op de parallelweg. Hier voert een pad het bos in. Na weer een paar honderd meter leidt een ander pad naar een geheimzinnige plek.

Eerst zie je een rond, omgracht terrein waar volgens de overlevering een sterkte van de tempelierridders zou hebben gestaan. Hier zouden ook witte wieven gezien zijn. Niet verwonderlijk, want er waren hier ooit ook prehistorische grafheuvels. Even verder vind je een 'Mariaboom', de opvolger van een oude eik waarin zich een schilderijtje van Maria bevond. Van de eik resteert nog slechts het onderste deel.







Even verder naar het oosten ligt het landhuis de Byvanck.

zondag 3 september 2017

MYTHEN OVER WITTE WIEVEN EN ELFEN.

Mythen over witte wieven en elfen. Veel van het verleden is onder de grond of in archieven bewaard gebleven. Van sommige episoden weten we weinig omdat het bronnenmateriaal te fragmentarisch is of gewoonweg ontbreekt, maar er zijn ook voorbeelden van het bewust manipuleren, vervalsen of zelfs elimineren van historische feiten waardoor de juiste toedracht niet of nauwelijks valt te achterhalen. Daar komt nog bij dat dat degenen die de geschiedenis op schrift stelden tot nog niet zo lang geleden vrijwel uitsluitend uit mannen bestonden die in de westelijke wereld ook nog eens via het christendom een zeer lage dunk ten opzichte van vrouwen hadden meegekregen. Dat heeft er toe geleid dat vrouwen eeuwenlang een ondergeschikte en soms zelfs onderdrukte rol in de maatschappij hadden, die in de meest extreme vorm tot uiting is gekomen tijdens de heksenvervolgingen . Al die tijd is er sprake van eenzijdige geschiedschrijving geweest vanuit het mannelijk perspectief. Zelfs in het dagelijkse spraakgebruik, in de folkore en in sprookjes werden vrouwen vaak als kwaadaardige en onbetrouwbare wezens neer gezet. Tijdens het schrijven van mijn boek ‘Witte wieven en elfen, fluisteringen uit de Andere Wereld’ heb ik ontdekt dat oeroude overleveringen in Nederland sinds de komst van het christendom vaak zijn verketterd als uitwassen van een heidens en volgens de Kerk dus duivels verleden. Over deze verhalen werd een saus van kwaadsprekerij gegoten die er pas sinds enige decennia van af geschraapt wordt. Zo kregen verhalen over witte wieven in de loop der tijd ook een negatieve lading. Die verhalen speelden zich vooral af op de hogere zandgronden van Oost-Nederland. Witte wieven leefden volgens de overlevering in prehistorische grafheuvels en moerassen, plekken die je vroeger maar beter kon mijden. Ze ontvoerden boerinnen en hun dochters en namen ze mee naar hun geheimzinnige krochten. Ook konden ze gevaarlijk worden tegen overmoedige dronken boeren die hen uitgedaagd hadden. Oorspronkelijk waren er verhalen waarin witte wieven boeren vaak hielpen bij het binnenhalen van de oogst en kraamvrouwen bij de bevalling. Hierin klinken waarschijnlijk de zwakke stemmen door van rituele handelingen in een ver verleden, die met vruchtbaarheid te maken hadden en wellicht uitgevoerd werden door priesteressen die bij de grafheuvels en moerassen de toegangspoorten tot de Andere Wereld bewaakten. Uit veel verhalen blijkt dat mensen in de donkere tijd van het jaar grafheuvels konden binnengaan en daar in een geheimzinnige voorpoort van een magisch land terecht kwamen waarover ze bij hun terugkomst niet mochten spreken. In oude keltische mythen beschouwden het min of meer vergelijkbare elfenvolk, de Tylwyth Teg uit Wales en de Tuatha dé Danann uit Ierland hun prehistorische begraafplaatsen en andere sacrale plekken in de natuur ook als toegangspoorten tot de Andere Wereld. In tegenstelling tot de verhalen over de witte wieven zijn de mythen over de ’faeries’ tot op de dag van vandaag populair bij de keltisch sprekende bevolking van Wales en Ierland. In deze mythen werd het elfenvolk gezien als de oorspronkelijke machtige bewoners van hun land. Ze werden de helden en goden in hun mythologie. Zij bouwden de beroemde monumenten zoals Stonehenge en Avebury, waarnaar de Kelten met bewondering keken toen zij deze gebieden veroverden. Vrouwen stonden in hoog aanzien in de keltische wereld en waren volkomen gelijkwaardig aan mannen. In Ierland waren het de krijgsgodinnen als Macha en De Morrigan die mannen opleidden tot de strijd. Tot de bekende personen van hun Andere Wereld behoorden ook Koning Arthur en zijn hofhouding. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze vorst na zijn laatste strijd naar het heilige eiland Avalon werd gebracht waar Morgana le Fay en haar medepriesteressen de oude wijsheid bewaarden. In Nederland behoorden de oude religie, wijsheid en tradities heel lang tot het vergeten verleden. Hunebedden waren ‘door reuzen gebouwd’ en witte wieven waren ‘boosaardige, in de duisternis rondspokende vrouwen’. De heidense erfenis was heel goed weggestopt, maar langzaam maar zeker komen flarden ervan weer boven drijven door onderzoek in de grond en in archieven. Als de witte wieven inderdaad prehistorische priesteressen waren, werd hun kennis dan misschien doorgegeven en waren de toveressen uit de heksenprocessen wellicht hun opvolgers?

zondag 27 augustus 2017

WITTE WIEVEN

Het oude volksgeloof wilde, dat deze 'belten' (grafheuvels) bewoond werden door de witte wijven. Die bewaakten de asch der dooden, die er sluimerden temidden der eenzame heide, voor schennis. Meedogenloos vervolgden ze den onverlaat, die de stille grafsteden durfde ontwijden. Wellicht waren deze wilde vrouwen dezelfde als de Walkyren, Wodan's keurmaagden, die boven het slagveld zweefden en de gevallen helden in haar armen omhoog voerden naar Walhalla, het paradijs der dappere helden. Als het Noorderlicht glansde, meenden onze voorouders de wilde jonkvrouwen te zien, die op nevelen door het luchtruim reden. H.W. Heuvel in 'Geschiedenis van het land van Berkel en Schipbeek' (1903).